Tekst: Cuny van Uden

Veel ouders krijgen ermee te maken: kinderen die niet meer naar bed willen omdat er een monster onder het bed woont. Wat is dit monster nu eigenlijk? Is het een excuus om niet naar bed te hoeven, nog even bij papa en mama te mogen zitten, die extra aandacht te vragen die ze overdag gemist hebben? Zit er misschien echt een beest op hun kamer, of is het alleen maar fantasie, zonder bijbedoelingen, met echte angst? Wat doe je dan als ouder? Probeer je de fantasiebubbel door te prikken en je angstige kind van de realiteit te overtuigen? Of maak je gebruik van de fantasie om de slaapplek (of donkere gang, wc, kelder) minder eng te maken?

Deze overtuigende fantasie, die kinderen tot ongeveer hun zevende levensjaar nog hebben, noemen we in de psychologische wetenschap het ‘magisch denken’. Magisch denken houdt onder andere in dat een menselijke betekenis wordt gegeven aan levenloze objecten: een tafel waar je je aan stoot is bijvoorbeeld een stoute tafel. Ook kan het het geloof zijn dat bepaalde woorden, gedachten of handelingen een gebeurtenis kunnen beïnvloeden: ‘ik loop met één been op de stoep en één been in de goot, en als ik dat niet doe, dan ben ik morgen dood’ (‘Kinderen voor Kinderen’, 1987).

Ook bij volwassenen zien we het magisch denken, maar dan is er vaak sprake van ernstige psychische ziektebeelden zoals psychoses, waarin de realiteitszin ver te zoeken is. Of, minder ernstig, maar desalniettemin fors belemmerend, bij dwangstoornissen (obsessief-compulsieve stoornissen). De heilige overtuiging dat een handeling zoals het aantikken van een deurklink van invloed is op het al dan niet plaatsvinden van een grote ramp, of mogelijk verlies van een dierbare, wordt door omstanders gezien als een magische gedachte, niet berustend op de rationele werkelijkheid. De betreffende ‘Magisch Denkende’ is zich hier tot op zekere hoogte ook van bewust, maar de angst dat door het nalaten van de handeling de ramp zich alsnog zal voltrekken is zodanig groot dat het controlegedrag voor de zekerheid toch wordt uitgevoerd.
Een ander voorbeeld van het magisch denken kan worden gevonden in religies en rituelen, waarbij er collectief magisch wordt gedacht over de effecten van het gezamenlijk verrichten van bepaalde handelingen. Los gezien van het geloof in een hogere kracht geeft het uitvoeren van rituelen, handelingen zoals bijvoorbeeld bidden, de gelovige een bepaald houvast, een gevoel van controle. Denk aan het bidden voor een dierbare die ongeneeslijk ziek is. Je kunt eigenlijk niet veel voor deze persoon betekenen, maar het bidden voor de ander maakt dat je kunt geloven een bijdrage te leveren. Het maakt je minder machteloos, minder angstig. Het magisch denken geeft controle en houvast.
Nu terug naar het kind met het monster onder het bed.


“Ligt het monster onder jouw bed omdat hij verdwaald is?”

Allereerst is het prachtig om met het kind in gesprek te gaan over het monster; wat voor monster is het, waar komt het vandaan en wat komt het eigenlijk juist op jouw kamer, onder jouw bed doen? Dit gesprekje is niet alleen leuk voor de ouders als kijkje in de magische denkwijze van hun kind, maar biedt vervolgens ook aanknopingspunten om de angst te helpen verminderen. Wellicht kun je inhaken op het verhaal door andere magische elementen toe te voegen aan het verhaal van je kind: ligt het monster onder jouw bed omdat het verdwaald is en jouw kamer zo’n fijn en veilig plekje vindt? Maakt het zo’n eng geluid omdat het verkouden is, maar geen zakdoek heeft? Die kunnen we hem dan misschien wel even lenen … Doe als ouder een beroep op je eigen fantasie, creativiteit en vermogen tot magisch denken om je kind de controle terug te geven waardoor de angst kan verdwijnen …
Want is het eigenlijk niet jammer dat we, naarmate we ouder worden, steeds minder in staat zijn tot magisch denken?

Klik HIER voor de website van Cuny van Uden.