full page samen eten beeld
Tekst: Cuny van Uden

Met het hele gezin aan tafel eten is een onderwerp dat de afgelopen jaren weer steeds vaker aan bod komt in de media. Ook in de praktijk van de (kinder)psychotherapeut wordt regelmatig de vraag gesteld: hoe zorgen wij als ouders ervoor dat iedereen aan tafel zit én dat er gegeten wordt én dat iedereen naar elkaar luistert én dat het ook nog eens gezellig is. Want, daar lijkt het overgrote deel van ons inmiddels van doordrongen, het is zó belangrijk om als gezin samen aan tafel te eten. Dat we het belangrijk vinden blijkt ook uit een enquête verricht door Honig onder 1.117 Nederlandse gezinnen met thuiswonende kinderen tot 18 jaar. Drie van de vijf gezinnen zijn van mening dat het samen aan tafel eten het gezin hechter maakt.

Wat maakt het dan soms zo moeilijk een dergelijk ritueel dagelijks terug te laten komen in ons gezinsleven?
Gezinnen bestaan vaak uit tweeverdienende ouders, kinderen van verschillende leeftijden met vaak al volle eigen agenda’s, om nog niet te spreken van samengestelde gezinnen met daardoor wisselende gezinsleden per dag of per week. Het afstemmen van al deze agenda’s en persoonlijke voorkeuren kan nogal een opgave zijn voor de ouders die er zelf toch ook al een lange dag op hebben zitten en in de avonduren vaak nog even thuiswerken, huiswerkbegeleider zijn of een ‘breng- en haalservice’ naar bijvoorbeeld voetbal of hockey vormen.

Om het samen-eten-ritueel een succes te laten zijn is een gevoel van rust en echte aandacht voor elkaar essentieel. Geen smartphones of televisie, maar oog hebben voor elkaar én voor wat er op ons bord ligt. Het klinkt zo eenvoudig, maar eenmaal aan tafel krijgen opvoeders last van opvoedingsbehoeften. De kinderen moeten voldoende en netjes eten, rustig zitten, luisteren naar elkaar en leuk vertellen over hun dag; zelf willen ouders ook graag hun verhaal bij de partner kwijt zonder al te veel onderbroken te worden door ontevreden jengelende kinderen. Dit zijn ingrediënten voor een stressvol samenzijn, hetgeen averechts staat op het beoogde hechte gezinsgevoel.

En toch is het, voor een deel, ook zo eenvoudig als het klinkt.
Opvoeders stellen vaak hoge eisen aan zichzelf en hun gezin waardoor er zoveel ‘moet’ aan tafel. Hiermee raakt ons doel om naast het eten vooral tijd en aandacht voor elkaar te hebben uit zicht. Het op de hoogte blijven van elkaars ervaringen en gevoelswereld is hard nodig om echt betrokken bij elkaar te zijn en om een sterke cohesie in het gezin te kunnen voelen. Het belang van deze sterke cohesie en veilige hechting merken we in het gedeelde plezier op de goede dagen, maar ook in de ervaren geborgenheid die het gezin kan bieden op de minder goede dagen. Om als kind de grote buitenwereld te durven exploreren is een basisveiligheid die je in jezelf en je gezin voelt onontbeerlijk. Je gezin als basis om altijd op terug te kunnen vallen versterkt je zelfvertrouwen, zelfinzicht en vermogen om risico’s te durven nemen.

Alle kinderen (en volwassenen) hebben baat bij herhaling, voorspelbaarheid en structuur. Zeker als rustmoment op een drukke dag kan een vast ritueel aan tafel helpen het ‘samen eten’ tot een waardevol gezinsmoment te maken. Van jongs af aan met de kinderen aan tafel maakt dat zij het samen eten als een bekend en prettig ritueel gaan ervaren. Naast duidelijke verwachtingen over het eetgedrag kunnen communicatieregels een handige aanvulling zijn op de ‘tafelregels’. Communicatieregels kunnen gaan over hoe we luisteren en reageren op elkaar: vertelt iedereen iets fijns en iets minder fijns van de dag? Hoe gaan we om met ongewenst gedrag aan tafel? Als opvoeders is het goed hier een duidelijke visie op te hebben en deze ook vanaf het begin uit te dragen naar alle gezinsleden. Hiermee vormen de tafelregels een impliciet onderdeel van ‘de taal van het gezin’ en kunnen zij vaak onuitgesproken blijven. Net zoals ‘zien eten, doet eten’ geldt dit ook voor het gewenste tafelgedrag: ‘goed voorbeeld doet goed volgen’; kinderen, jong en oud, leren voor een groot deel via imitatie.

Minder ‘moeten’ en flexibiliteit binnen de regels kan al helpen om de sfeer aan tafel goed te houden. Leg de lat voor jezelf als opvoeder, maar ook voor het kind niet te hoog. Sta stil bij vragen als: Moet mijn kleuter per se alles opeten? Mag mijn puber onderuitgezakt aan tafel zitten terwijl hij wel actief deelneemt aan het gesprek? Kortom: kies je strijdpunten en verlies het doel niet uit het oog.
Natuurlijk zijn er ook situaties waarin de sfeer door bijvoorbeeld gedragsproblemen van een gezinslid in gevaar komt of dat een kind structureel onvoldoende eet. In die gevallen is het raadzaam professionele hulp in te roepen om te voorkomen dat de ervaren basisveiligheid in het gezinsleven in het gedrang komt.